De eerste dagen
Zondag 18 maart 2018
Jean-Michel heeft één afdaling kunnen meemaken. Wij hebben een prachtige foto van hem, de laatste, in het skistoeltje door Ilse genomen. Hij was gelukkig en zei: “Het is zo mooi, jammer dat mijn ouders dat niet kunnen zien”. Op het terras van het restaurant ging het mis.
Directe reanimatie, A.E.D., de komst van 2 helikopters met artsen en apparatuur hebben hem niet kunnen redden. Hij overleed aan een hartinfarct.
Bij het horen van dit vreselijke bericht dacht ik: “Ik moet niet in paniek raken.” Ik moest het nog aan zijn vader, die tegenover mij zat, vertellen. Hij voelde dat er iets niet goed was. Ik gebruikte niet het woord “dood” maar “overlijden” wat zachter overkomt, vond ik. Daarna volgde een reeks telefonische contacten met familie en vrienden om hen op de hoogte te stellen.
Wij werden de volgende ochtend vrij vroeg door onze zorgzame schoonzoon naar Schiphol gebracht. De douanecontrole, het inchecken hebben wij op de automatische piloot gedaan. Het werd een lange, stille vlucht. Allebei in onze eigen gedachten verzonken, denkend aan wat ons te wachten stond. Wij waren verdoofd.
Gedurende de lange taxirit langs de besneeuwde bergen tot Kirchberg, zag ik niet de schoonheid van het landschap maar uitsluitend de plek waar mijn zoon daar boven het leven liet.
Wij hebben met Ilse en haar ouders veel steun en troost bij elkaar gevonden. Er moest meteen veel geregeld worden.
Op de terugweg van het kille mortuarium, vroeg Ilse of wij naar boven wilden gaan, daar waar Jean-Michel aan ons had gedacht. Ik wilde het niet, kon het toen niet opbrengen en nu jaren later heb ik er spijt ervan.
Wij sliepen op de kamer boven waar Jean-Michel zijn eerste en tevens laatste nacht in Oostenrijk had doorgebracht, met uitzicht op de bergen die hij die ochtend dus nog had gezien.
Wij vlogen dinsdagochtend terug naar huis.
Boven Innsbruck voelde ik mij verschrikkelijk : ik liet daar beneden mijn zoon alleen achter in het mortuarium. Ik kon niet huilen.